RUUD KEULEN. HELD

Advertenties

Het Nieuwe Printen en Zinloos Geweld

Gepubliceerd op http://www.cio.nl

In 2004 lanceerde de overheid een campagne met in de hoofdrol Ko en Luuk Doeks. De Doeks uut Hasselt. De reclame introduceerde Het Nieuwe Rijden en was immens populair. Niet veel later, mei 2005, publiceerde Bill Gates een whitepaper met de naam: The New World of Work.

Ik weet niet wie de whitepaper van Gates naar het Nederlands heeft vertaald, maar ik heb een sterk vermoeden hoe het gegaan is. Stelt u zich een huiskamer voor, ergens eind mei. De vertaler zit op de bank, voor de TV met de laptop op schoot. Helemaal zoals het hoort volgens Bill Gates. De vertaler worstelt met de titel. The New World of Work? De Nieuwe Wereld van het Werken? Nee. De Nieuwe Werkwereld? Nee. Werken in de Nieuwe Wereld? Ook niet. Op TV schakelen de Doeks uut Hasselt lekker vlot van de tweede naar de derde versnelling. De vertaler kijkt op. Het nieuwe rijden?

Dat is het. Het nieuwe werken!

Ik weet niet zeker of het zo is gegaan, maar alles wijst er wel op. Immers, The New World of Work vertalen met het nieuwe werken is – op zijn zachtst gezegd – een hele vrije vertaling. En geen beste. Misschien verklaart dat waarom regelmatig in de kantoren van Nederland het volgende gesprek te horen is:

“Weet je wat iets voor ons is?”
“Nou?”
“Het nieuwe werken!”
“Ok. Klinkt goed. Dat is dus nieuw?”
“Nee, dat niet. Het is al tien jaar oud.”

Ik heb daarom onlangs een nieuwe regel in mijn leven geïntroduceerd. Dingen die beginnen met ‘het nieuwe’, die moet je wantrouwen. Dus, toen iemand vorige week tegen mij begon over Het Nieuwe Printen was ik meteen alert. Het was tijdens een marktconsultatie. Vier partijen kwamen vertellen over de toekomst. Allemaal hadden ze het over Het Nieuwe Printen. Wat het precies was, werd me niet helemaal duidelijk. Of helemaal niet. Maar ik hoorde wel steeds dezelfde, verwarrende kreten:

  • Minder printen! Maar ook kunnen printen van elk apparaat….
  • Overal kleurenprinters! Maar ook gebruikers kunnen beperken om in kleur te printen…
  • Follow – me printing! Maar dat is al meer dan tien jaar oud…

En natuurlijk, groen printen. Niet de kleur, maar de overtuiging. Minder Co2 – uitstoot, verdwijnende inkt, tweezijdig, en ga zo maar door. Er waren zelfs partijen die aangaven dat je ook milieuvriendelijk kunt printen door de vervuiling te meten en dat te compenseren met groene certificaten. Klimaatneutraal printen noemden ze dat.

Boompje printen, boompje planten, zeg maar.

Ik was meteen gecharmeerd. Ik kom namelijk uit Breda. Een Brabander. Een katholiek. U weet wel: eerst zondigen, en dan afkopen. Zo doen we dat. Maar iets voelde niet helemaal goed. Je kunt wel mooie sier maken met het klimaatneutraal printen, zoals sommige scholen doen, maar eigenlijk is het ook een beetje laf. Je zegt eigenlijk tegen je eindgebruikers: print gerust, we compenseren het wel. Wat je er niet bij zegt, is dat je dat doet met gemeenschapsgeld. Geld dat je ook uit kunt geven aan het onderwijs.

Niettemin, het concept laat me niet los. Ik zie namelijk overal ook andere toepassingen. Zo overweeg ik al een paar weken om Peter van der Velden, de burgemeester van Breda te bellen. Het gesprek zou ongeveer zo moeten gaan:

“Luister, Peter. Ik heb een briljant idee.”
“Ik luister.”
“Het werkt als volgt: elke keer als er iemand zonder aanleiding in elkaar geslagen wordt in Breda, stort de gemeente 500 euro in een fonds voor onderwijs in Afrika.”
“Ok. Waarom?”
“Omdat de zinloosheid makkelijker aan te pakken is dan het geweld.”
“Leg uit!”
“Nou ja, met zo’n fonds is geweld nooit meer helemaal zinloos. Dat klinkt goed, toch? Breda, de eerste grote gemeente zonder zinloos geweld.”
“Ik ben geïnteresseerd. Heb je er al een naam voor?”
“Ik dacht aan Het Nieuwe Geweld.”
“Klinkt goed. Is dat nieuw?”
“Natuurlijk.”

Me, Myself & I

Gepubliceerd op http://www.surfspace.nl

Op 24 augustus van dit jaar, midden in een zwoele zomernacht, om drie uur twintig precies, schudde de grond ten zuiden van Napa, Californië. 249 mensen raakten gewond, tientallen gebouwen stortten in en duizenden liters fantastische Californische wijn gingen verloren. Rond Napa werd 93% van de mensen wakker, even verderop in Oakland en de San Francisco Bay Area was dat maar 55%.

45% van de mensen in Napa viel die nacht niet meer in slaap.

Hoe weten we dat? Dankzij Jawbone, een bedrijf dat hele lelijke armbandjes maakt die onder meer je slaapgedrag bijhouden. Het is de toekomst, mensen! De Gekwantificeerde Zelf. Op je gevoel afgaan is zo 2012! Gevoel is maar gevoel. Cijfers moeten we hebben! En daar zorgen de draagbare apparaatjes voor die bijhouden hoe je slaapt, hoe je beweegt, wat je eet, hoe het gaat met je bloeddruk, je hartslag, je cholesterol, wat je drinkt en ga zo maar door. Deze apparaatjes stellen je in staat om je leven te beteren en natuurlijk om op te scheppen over je prestaties tegenover je Instagram – vrienden.

Ik denk niet dat het iets voor mij is, die draagbare metertjes. Ik ben niet zo goed met cijfers, en dan bedoel ik vooral het negeren ervan. Een paar jaar geleden had ik een auto zonder navigatie en maakte het mij nooit zo heel veel uit hoe laat ik thuis was. Nu heb ik wel zo’n systeem en probeer ik steeds fanatiek enkele minuten van de geplande aankomsttijd af te snoepen. Waarom? Geen idee, maar het is sterker dan mezelf! En het verschijnsel doet zich overal voor. In de tijd voor Facebook telde ik mijn vrienden nooit om maar eens wat te noemen. Dat voorspelt weinig  goeds voor een constante stroom van gegevens over wat ik eet, wat ik drink, hoe ik slaap, en hoeveel ik beweeg.

Maar dat is mijn probleem.

Misschien opent de Gekwantificeerde Zelf wel nieuwe mogelijkheden voor het onderwijs? Bij Fontys, bijvoorbeeld, werken we al jaren met zogenaamde studieloopbaanbegeleiders (SLB-ers). Het doel van deze begeleiders is om de studenten zo goed mogelijk door hun studie te leiden. Dat is goed voor de student en goed voor Fontys. De SLB-er wordt daarbij ondersteund door een online studieloopbaandashboard dat hem inzicht geeft in het studiegedrag van de student. In zijn activiteiten, zijn voortgang, zijn aanwezigheid en ga zo maar door.

Zou het niet fantastisch zijn als we nog veel meer wisten van de student? Als we hem verder kwantificeren! Als het dashboard ook toont wat de student drinkt (te veel!), wat hij eet (macaroni), hoeveel hij beweegt (op,- en neer) en hoeveel hij slaapt (te weinig). Dan hebben we pas echt informatie waarmee we de studieprestaties naar grote hoogten kunnen stuwen.

Goed idee?

Misschien. Maar het blijven cijfers en die vertellen maar een beperkt verhaal. Een student is veel meer dan cijfers op een dashboard. Ook voor de student geldt – om met Louis Van Gaal te spreken – het totale mens principe. Er is zoveel meer dat een student drijft en dat invloed heeft op zijn studie dan in cijfers is uit te drukken. Ik durf zelfs te beweren dat één goed gesprek met simpele vragen als ‘Hoe gaat het?’, ‘Hoe bevalt het?’ en ‘Hoe is het thuis?’ al meer informatie oplevert dan al die cijfertjes. Maar ja, voor een goed gesprek moet je wel de tijd nemen.

En daar wringt vaak de spreekwoordelijke schoen.

Ik zal het proberen te onderbouwen met wat cijfers. In 2003 was er bij Fontys één FTE nodig om 11,5 student te voorzien van onderwijs. In 2012 was de verhouding één op 12,5. Een lichte stijging die vooral te verklaren is door de groei van het aantal studenten (van 30.000 naar 40.000). Het eindproduct – de afgestudeerde student veranderde in die jaren niet heel veel. De grondstof – de middelbare scholier – ook niet. Er werden wel honderden miljoenen geïnvesteerd in IT.

De conclusie ligt voor de hand. Als de grondstof niet significant wijzigt, het eindproduct ook niet en je met ongeveer even veel mensen het werk doet máár je hebt wel beschikking over al die geweldige IT om je te ondersteunen. Al die geweldige zaken die je eerst niet had. Al die tablets, smartphones, social media, online databases, smartboards, conferencing tools, en ga zo maar door), dan moeten de medewerkers het wel rustiger hebben dan ooit. Dat kan niet anders.

Niet dus.

Als ik met docenten praat, dan zeggen ze juist dat ze het drukker hebben dan ooit vaak niet ondanks al die IT, maar juist dankzij al die IT. Misschien is dat wel de belangrijkste uitdaging van IT in het onderwijs! Om te zorgen dat docenten ontzorgd worden. Om te zorgen dat administratieve taken weggeautomatiseerd worden. Dat formulieren digitaal zijn, roosteren en reserveren vanzelf gaan, aanwezigheidsregistraties en evaluaties zich geruisloos op de achtergrond voltrekken. Dat er tegenwicht wordt geboden aan de behoefte aan vastlegging en transparantie (voor wie het nog niet wist, dat is een ander, subtieler woord voor bureaucratie). IT moet ervoor zorgen dat docenten in hun kracht komen te staan. Dat ze maximaal tijd vrij kunnen maken voor onderwijs, voor vakverdieping en voor hun studenten.

Voor een goed gesprek!

Tenzij je bij een bank werkt, kun je je geld maar één keer uitgeven. Als ik het voor het zeggen had, en maakt u zich geen illusies, dat is niet zo, zou ik investeren in IT die het leven van docenten lichter maakt (en bij voorkeur dat van studenten functioneel zwaarder). Ik zou niet investeren in systemen die de student verder kwantificeren. Beter meer tijd voor een goed gesprek ondersteunt door wat cijfers, dan heel veel cijfers en bijna geen tijd meer voor een gesprek!

Misschien wikt en beschikt u wél over het geld in uw instelling. Beslis dan in alle wijsheid maar bedenk wel: bovenstaande is mijn mening. U mag er mee doen wat u wilt. En bedenk ook, misschien is deze column wel een heel subtiel offensief om mijn eigen drankgebruik onder de mat te schuiven.

Ik sluit het niet uit!