Het wiel uitvinden

HET WIEL OPNIEUW UITVINDEN

“Heren, heren. We gaan hier toch niet het wiel opnieuw uit zitten te vinden?”

Het wiel opnieuw uitvinden. Hoe vaak zou ik die uitdrukking al niet gehoord hebben? En hoe vaak heb ik al niet gedacht dat er iets mis mee was? Tijd om er eens goed naar te kijken.

We beginnen met het ‘opnieuw uitvinden – gedeelte.’ Kan dat wel? Iets opnieuw uitvinden? Als iets eenmaal is uitgevonden, dan is het uitgevonden. Toch? Je kunt niet op een dag zomaar zeggen, weet je wat ik uitgevonden heb: het gesneden brood. Dat kan niet! Kijk, ik snap natuurlijk wel wat er bedoeld wordt: als iets op de éne plaats al is uitgevonden, dan zou het dom zijn om dat niet te gebruiken. Maar uitvinden is daarmee dus eigenlijk een verzachtende term voor minder mooie woorden als kopiëren, stelen, roven en jatten.

Het wordt echter pas echt problematisch als we kijken naar wát we gaan uitvinden, namelijk het wiel. Eén van de grootste, meest belangrijke uitvindingen in de geschiedenis. Het wiel! Stel dat we in een wereld zouden leven waarin het wiel niet zou bestaan. Moeilijk voor te stellen, maar goed, probeer het eens. Wat denkt u zou dan de kans zijn dat het wiel op een middag uitgevonden wordt door middelmatig getalenteerde mensen in kantoren die nadenken over, laten we zeggen, procesverbetering van de klachtenafhandeling. Ik denk dat die kans verbazingwekkend klein is. Ik denk dat dat soort mensen het wiel nooit zouden uitvinden. Nooit! Kortom, dingen zeggen als: we gaan het wiel niet opnieuw uitvinden, getuigt van schromelijke zelfoverschatting.

Ik pleit daarom ook voor een meer realistisch doel. Een uitvinding die zijn nut heeft bewezen, maar van iets minder belang is. Ik dacht zelf aan de rotsblokspeaker. U weet wel, zo’n kunststof ding voor in de tuin. Zo’n plastic rots met een speaker erin, die min of meer onopvallend opgaat in de omgeving. Zodat mensen zeggen: waar komt dat geluid toch vandaan? Zo’n ding! Dat lijkt mij een stuk realistischere uitvinding. Toch?

Laten we daarom met zijn allen afspreken, dat als we er weer eens van overtuigd zijn dat we iets niet zelf hoeven te bedenken, dat we dan gewoon zeggen: “Heren, heren! We kunnen die rotsblokspeaker toch gewoon ergens anders jatten?”

U zou mij er een groot plezier mee doen.