BIG DATA & DE KAAS (KOEPRODUCT AS A SERVICE)

Ik werk bij een Hogeschool en daar volgen we graag de trends. Zo ook Big Data. Immers, data hebben we meer dan genoeg. Neem nu de 15.000 gelijktijdige gebruikers die dagelijks verbonden zijn met ons draadloze netwerk. Dat genereert heel wat data. Zouden onze studenten daar iets mee kunnen, vroegen we ons af. 

En of ze daar iets mee kunnen!

Niet alleen maakten ze zinloze, maar leuke visualisaties, zoals de pizzameter waarin je precies kon zien hoeveel straling het draadloze netwerk genereerde en hoeveel pizza’s je daarmee kon verwarmen. Ook bouwden ze apps die antwoord gaven op vragen als:

–       Hoe druk is het in onze gebouwen? En wanneer?

–       Waar zijn de hotspots?

–       Hoe lang ben ik deze week op school geweest en hoe verhoudt zich dat tot mijn rooster (de luiheidsmeter)?

–       Hoe verhoudt zich mijn aanwezigheid tot mijn punten? Of uitval?

–       En – mijn favoriet – waar bevinden zich op dit moment grote groepen vrouwen?

Is het bovenstaande Big Data? Ik heb geen idee. Het is wel leuk en het gaat ons zeker helpen om onze hogeschool weer wat beter te organiseren. Dat is ook het beeld dat ik heb bij Big Data. Dat er zoveel informatie beschikbaar komt, die we zo goed kunnen duiden, dat we opschuiven van intuïtie naar weten. Van argumenten naar feiten.

Of zoals mijn vader altijd zei: Gezond verstand? Dat moet je wantrouwen!

Ik geef een voorbeeld: mensen die gewelddadige games spelen, plegen sneller geweld. Of: mensen die gewelddadige games spelen, kunnen hun agressie kwijt, en zijn daarom minder gewelddadig. Het één is precies het tegenovergestelde van het ander, maar beide stellingen kunnen prima beargumenteerd worden.

Ander voorbeeld: Te hard rijden is goed, want dan ben je scherper en dat is veiliger. Of: te hard rijden is onveilig, je maakt sneller ongelukken. Misschien dat we dankzij Big Data op een gegeven moment echt het antwoord weten. Dat we al die gegevens van snelwegcamera’s, verzekeraars, mobiel verkeer, leeftijd, type auto’s, weersomstandigheden, bijziendheid en ga zo maar door analyseren en dan op een dag zeggen: we weten het nu zeker: als je tussen de 25 en 35 bent, vrouw en hoog opgeleid, dan is te hard rijden veiliger, maar alleen bij droog weer.

Of: dankzij Big Data weten we het zeker: als je gewelddadige spellen speelt én je bent jonger dan 21 en man, en linkshandig, en je hebt geen broers en zussen, dan is er 10% minder kans dat je je geweer leegschiet in een schoolklas. Spelen maar, dus!

Is het bovenstaande een goede ontwikkeling? Of is het juist een eng idee? Allebei, denk ik. Het zou mooi zijn als we wat vaker beleid maken op basis van gegevens. Maar aan de andere kant, wie controleert de data? Wie zegt dat de gegevens kloppen? En de conclusies?

De toekomst zal het leren. Ik zie echter op korte termijn een duidelijke schaduwzijde waar ik jullie graag voor wil waarschuwen. Ik zal dat uitleggen aan de hand van een voorbeeld: Ik ga regelmatig naar de Albert Heijn, en daar gebruik ik de zelfscanner. Lekker makkelijk, want dat voorkomt elke vorm van sociale interactie met de cassière. Vaak koop ik dan een blokje kaas, lekker voor bij de wijn. Maar soms besluit ik bij het schap met de chips dat ik eigenlijk meer zin heb in borrelnootjes. Wat ik dan doe is het volgende: en ik geef toe, ik ben er niet trots op.

Eerst haal ik de kaas met de zelfscanner uit het systeem. Dan mik ik het blokje kaas achter de borrelnootjes. Ik heb namelijk geen zin om helemaal terug te lopen naar de kaasafdeling. En ik ben hier heel goed in. Heel goed! Ik heb een door de jaren heen geperfectioneerde techniek ontwikkeld waarbij ik een blokje kaas in één vloeiende beweging achter in het schap gooi, terwijl ik een zak borrelnootjes pak. Dat ziet niemand!

Maar nu, sinds kort, sinds Big Data, heb ik het beeld dat op een dag – weken later – die kaas gevonden wordt en dat na een analyse van zelfscaninformatie, camerabeelden en mobiel verkeer mijn deurbel gaat. En dat dan die man van de Albert Heijn voor mijn deur staat met in zijn ogen een teleurgestelde blik. En in zijn handen een verschrompeld blokje kaas.

Kijk, dát vind ik nou een eng idee.

Advertenties

DE SLIMME ENERGIEMETER en TIM, MIJN BUURMAN

Ik geef toe, ik had me er niet goed in verdiept. Tot voor kort was mijn beeld ongeveer zo:
De bel gaat. Er staat een man voor de deur. Hij is in uniform. Hij komt de meterstand opnemen, zegt hij. Ik laat hem binnen en terwijl hij mijn meterkast opent, stel ik hem een vraag.
“Wat is de hoogste buitentemperatuur ooit gemeten op aarde?”
“57,7 graden Celsius”, zegt de man in uniform. Hij denkt er niet eens bij na. Daarna voegt hij eraan toe: “In Libië in 1922”.
“Bedankt, zeg ik.”
De man knikt en hij vertrekt. Ik blijf achter en besef dat ik er eindelijk één ontmoet heb.

Een slimme energiemeter.

Inmiddels weet ik beter. De slimme energiemeter is de volgende stap in de flexibilisering van de energiemarkt. De flexibilisering van de energiemarkt, dát was nog eens een goed idee! De klant werd weer koning. Je kon zelf kiezen welke leverancier je wilde. Of je groene stroom wilde of niet? Wel of geen daluren? De tarieven vastzetten, of juist niet. En voor hoelang!? De service zou omhoog gaan. De kosten naar beneden. En, het allerbelangrijkste, de klant was weer vrij. Vrij om te kiezen!
Ik deed daar niet aan mee. Ik ben daar te lui voor en bovendien; ik kan het makkelijk betalen. Ik stond daar mijlenver boven. Tot ik mijn nieuwe buurman ontmoette. Mijn buurman heet Tim en hij is een Excelkoning. Tim zoekt alles tot de bodem uit, en dan begint hij te graven. Hij speurt websites af, leest internetfora, vraagt al twitterend door en al die informatie voedt hij aan Excel. Daarna giet hij er een sausje met complexe formules overheen, en zo vindt hij dan ergens de ideale combinatie van leverancier, daluren en het vastzetten van tarieven. Daarmee bespaart hij honderden euro’s per jaar. En – zo heb ik ondervonden – hij praat daar onophoudelijk over op de jaarlijkse buurtbarbeque.

Ik kan het niet helpen, ik baal daar verschrikkelijk van. Waarom? Niet omdat ik het Tim niet gun of omdat ik het erg vind om teveel te betalen, maar wel als iemand anders dat niet doet. Ik vind het niet erg om geen winnaar te zijn, maar dankzij Tim ben ik een verliezer. Dat is heel wat anders. Dat is onprettig. Dat is oneerlijk. Dat voelt alsof je genaaid wordt. En, nog veel erger, het voelt alsof ik iets moet doen. Dat ik dingen moet uitzoeken. Dat ik ook websites moet bezoeken, fora’s moet lezen en Excelbladen moet vullen. Het was toch de bedoeling dat de klant zich vrij zou voelen om te kiezen? Zo voel ik me helemaal niet. Ik voel me helemaal niet vrij. Ik moet kiezen. En ik moet ook nog eens de goede keuze maken.

Buurman Tim doet precies hetzelfde met zijn zorgverzekering, zijn internetaanbieder, en ga zo maar door. Ik hoorde hem pas betogen dat hij vond dat je ervoor moest kunnen kiezen om vakantiegeld per maand uit te keren. Waarom, zo vroeg hij retorisch, zou je je vakantiegeld maar één keer per jaar krijgen? Met de moderne IT-systemen kun je die keuze best flexibel maken. Ik moet er niet aan denken. Het is dan wachten op die collega die zijn geld per maand laat uitkeren, op een renterekening zet en dan net 300 euro meer vakantiegeld bij elkaar spaart. En daar lekker 3 dagen extra van op vakantie gaat én dat tot vervelens toe bij de koffieautomaat herhaalt.

Daarom hou ik hierbij een warm pleidooi voor de terugkeer van De Provinciaalse Noord-Brabantse Electriciteits Maatschappij (De PNEM). Ik kom uit Breda en daar wist je, De PNEM, daar is geen ontkomen aan. De PNEM had geen slimme energiemeters, geen keuzes, geen servicemodellen, volgens mij hadden ze niet eens een telefoonnummer. Je kreeg gewoon één keer per jaar een rekening en die moest je betalen. Waarschijnlijk was die rekening veel te hoog en werd je door de ambtenaren van De PNEM ongenadig genaaid, maar dat maakte niet uit. Immers je wist zeker: de buurman, en de buurman daarnaast, en die collega, allemaal worden ze genaaid door de PNEM. Daar kon je helemaal, helemaal niks aan doen.

En dat, dames en heren, gaf nog eens echt een gevoel van vrijheid.